Digitale dreiging groeit door AI en cybercrime

3 september 2026

Nederland krijgt te maken met een steeds veelzijdiger digitale dreiging. Criminelen kunnen kant-en-klare diensten inkopen, kunstmatige intelligentie (AI) inzetten en samenwerken met netwerken over de grens. Daardoor hoeven aanvallers niet altijd zelf over diepgaande technische kennis te beschikken. Politie en Openbaar Ministerie waarschuwen↗ dat de dreiging niet alleen van gewone cybercriminelen komt: ook buitenlandse staten gebruiken digitale aanvallen en criminele netwerken om hun doelen te bereiken. Naar schatting werden in 2025 ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders slachtoffer van cybercrime of online oplichting, fraude, bedreiging of intimidatie.

Aanvallen kant-en-klaar te koop

Op criminele online marktplaatsen kunnen aanvallers gestolen gegevens, hulpmiddelen en diensten vinden die een aanval makkelijker maken. Daardoor kunnen ook mensen met beperkte technische kennis cybercriminaliteit uitvoeren. Sommige criminelen richten zich op het stelen van persoonsgegevens of cryptovaluta, terwijl anderen toegang verkopen of aanvallen voor anderen uitvoeren. Die taakverdeling maakt het voor daders eenvoudiger om snel een aanval op te zetten. Bovendien kunnen gegevens uit eerdere datalekken worden gecombineerd met nieuw verzamelde informatie om slachtoffers gerichter te benaderen.

AI maakt aanvallen sneller

Kunstmatige intelligentie vergroot vooral de snelheid en schaal van bestaande aanvalsmethoden. Criminelen kunnen AI bijvoorbeeld gebruiken om overtuigende phishingberichten te schrijven, kwetsbaarheden op te sporen of onderdelen van een aanval te automatiseren. Daardoor kunnen ze meer mensen en organisaties tegelijk benaderen. Toch maakt AI niet iedere aanval automatisch succesvol. Slachtoffers kunnen zich nog steeds beschermen door berichten kritisch te controleren, software bij te werken en nooit zomaar op links te klikken of beveiligingscodes te delen.

Statelijke actoren spelen ook een rol

De digitale dreiging komt niet alleen van criminelen die geld willen verdienen. Volgens politie en Openbaar Ministerie zetten ook statelijke actoren cyberaanvallen, desinformatie en heimelijke beïnvloeding in. Soms maken zij gebruik van criminele netwerken of geven ze zulke groepen middelen en opdrachten. Daardoor vervaagt de grens tussen cybercriminaliteit en nationale veiligheid. Een aanval kan dus niet alleen gericht zijn op het stelen van geld, maar ook op het verstoren van organisaties of het ondermijnen van vertrouwen.

Gevolgen raken gewone gebruikers

Cyberaanvallen kunnen leiden tot gestolen gegevens, financiële schade en uitval van digitale diensten. Criminelen gebruiken persoonsgegevens bovendien om geloofwaardige berichten te sturen die afkomstig lijken van een bank, webwinkel of overheidsinstantie. Daardoor kan een klein datalek later alsnog tot oplichting leiden. Ook scholen, zorginstellingen en kleine bedrijven lopen risico, zeker wanneer zij afhankelijk zijn van externe IT-dienstverleners en niet altijd voldoende tijd of personeel hebben om hun beveiliging bij te houden.

Samenwerking blijft belangrijk

De groeiende dreiging vraagt om samenwerking tussen overheid, bedrijven en internationale opsporingsdiensten. Voor thuisgebruikers begint bescherming bij praktische maatregelen: installeer updates, gebruik unieke wachtwoorden en schakel waar mogelijk tweestapsverificatie in. Maak daarnaast back-ups van belangrijke bestanden en controleer onverwachte verzoeken via een apart, vertrouwd kanaal. Voor organisaties geldt hetzelfde uitgangspunt: zorg dat de basis op orde is en oefen hoe medewerkers verdachte berichten melden. Technologie verandert snel, maar zorgvuldig digitaal gedrag blijft een belangrijke verdedigingslaag.
Scroll naar boven